Moederschapsrust
1. Wie heeft er recht?
Elke werkneemster, werkende onder PC 314 met RSZ-kengetal 123 of 223 (terug te vinden op de loonfiche), heeft recht op een aanvullende vergoeding voor de periode van moederschapsrust. In het kader van moederschapsrust, kunnen werkneemsters uit de sector dus aanspraak maken op een aanvullende vergoeding.
Dit geldt echter niet voor stagiairs, leerlingen Duaal-Leren, flexi-jobs en werkneemsters met een IBO contract.
Deze bijkomende vergoeding is geldig zolang de werkneemster nog in de sector werkt.
Al deze vergoedingen komen bovenop de uitkeringen van het ziekenfonds.
2. Moederschapsrust
In geval van periode van moederschapsrust voorziet de sector vanaf 02 april 2026, op basis van een voltijdse tewerkstelling, een bijkomende vergoeding van 10,00 euro bruto per dag voor de eerste 30 dagen en 18,00 euro bruto per dag voor de daaropvolgende dagen (bij deeltijdse tewerkstelling wordt het bedrag proportioneel aangepast volgens het aantal uren/week).
Met andere woorden: vanaf de 1ste dag tot en met de 30ste dag van de periode van moederschapsrust bedraagt de bijkomende vergoeding 10,00 euro bruto per dag. Vanaf de 31ste dag tot en met de laatste dag van de moederschapsrust bedraagt deze bijkomende vergoeding 18,00 euro bruto per dag.
Deze aanpassing ingeval van een periode van moederschapsrust loopt van 02 april 2026 tot en met 01 april 2028.
Bij deze bijkomende vergoeding wordt rekening houdend met een zes-dagenwerkweek.
Gelieve - bij uw aanvraag - altijd een attest van de uitbetalingen door de mutualiteit.
Het aanvraagformulier kan je bekomen bij je vakbond of door te downloaden op onze website.
